Iedere regio zijn eigen kracht

?>

Iedereen kent Brainport. Maar Eindhoven is niet het enige voorbeeld van regionale samenwerking tussen ondernemers, bestuurders en kennisinstellingen. Nederland heeft nu twintig regionale economic boards, en ieder gebied sleutelt aan zijn eigen succesformule.

 

Nederland heeft een traditie in publiek-private samenwerking: de VOC was ooit de eerste board gericht op bevordering van ondernemerschap. De laatste vijftien jaar is een nieuw platform ontstaan van regionale spelers die samen het ondernemersklimaat in hun regio willen verbeteren: regionale economic boards waarin ondernemers, kennisinstellingen en overheden elkaar treffen. Inmiddels telt Nederland er zo'n twintig.

 

Albert Bogaard, ceo van Ortec Data Science en oprichter van Parkmobile International is actief in twee economic boards: in Zuid-Holland en Amsterdam. En hij is enthousiast. 'De boards zijn de juiste plek om te praten over vernieuwing van de economie en de consequenties voor ondernemerschap, het onderwijs en sociale zekerheid. Wat betekent het als wij straks 130 jaar oud worden en ons werk grotendeels is geautomatiseerd? Werken we dan maar twee dagen per week? En als de Rotterdamse economie niet meer draait op olie, gas en kolen, gaan we dan auto’s printen? De VNO’s en vakbonden komen hier niet uit. Bij dit soort discussies moet de overheid dus juist rond de tafel met ondernemers en het onderwijs.'

‘Wat betekent het als wij straks 130 jaar oud worden en ons werk grotendeels is geautomatiseerd? Werken we dan maar twee dagen per week?’

 

Wie de economic boards bestudeert, ziet dat ze zich vooral bemoeien met innovatie, onderwijs, start-ups, clusters, bereikbaarheid en culturele voorzieningen. Ze kleuren buiten de bestuurlijke lijntjes om, zetten gezamenlijke projecten op vanuit de filosofie ‘wie wil bijdragen, is welkom’, beslissen per project welke rol wordt vervuld, en hebben vastomlijnde targets vervangen door ‘rollende agenda’s’.

De boards zijn anders dan de soms decennia oude regionaleontwikkelmaatschappijen, die investeren in jonge bedrijven en zich bezighouden met bedrijfslocaties en acquisitie. Ze staan ook los van het traditionele regionaal-economisch beleid, dat vooral is gericht op bereikbaarheid en vastgoed.

De financieringsstructuren lopen per board sterk uiteen. Sommige krijgen een bijdrages per inwoner van deelnemende gemeenten, andere een provinciebijdrage, of ze worden gefinancierd door het bedrijfsleven. De Economic Board Groningen is weer een apart geval, want die krijgt NAM-geld als vergoeding voor de aardbevingsschade.

 

Ecosystemen

Publicaties van de regionaal actieve ondernemers zelf, zoals Start-up Communities van Brad Feld en ook wetenschappelijke analyses, laten zien dat een goed ondernemersklimaat meer biedt dan alleen vastgoed. Het gaat ook om voldoende gekwalificeerd personeel, toegang tot financiers, technologieën en markten - en bovenal contacten met waardevolle partners in je omgeving.

 

Dergelijke regionale ‘ecosystemen’ zijn vaak gevormd door de specifieke economische historie van een gebied. Dat Silicon Valley bijvoorbeeld kon uitgroeien tot een regio van ‘tech-entrepreneurs’ had alles te maken met de aanwezigheid van goede universiteiten en de afwezigheid van vastgeroeste corporates zoals die aan de Amerikaanse oostkust.

‘Dat Silicon Valley bijvoorbeeld kon uitgroeien tot een regio van ‘tech-entrepreneurs’ had alles te maken met de aanwezigheid van goede universiteiten en de afwezigheid van vastgeroeste corporates.’

 

Economen hebben een term bedacht voor dit regionale erfgoed: ‘padafhankelijkheid’. Ook de nieuwe EU-groeistrategie voor regio’s is gebaseerd op dit principe van regionale eigenheid. Het ‘copy-pasten’ van succesformules van elders, of het zomaar uit de grond stampen van nieuwe bedrijfstakken blijkt niet te werken. Regionaal-economische strategieën bouwen nu eerder voort op bestaande structuren. Den Helder wil zich bijvoorbeeld vanuit zijn maritieme traditie ontwikkelen tot nieuwe servicebasis voor windenergie op zee, en Zuid-Limburg baseert zijn innovatiestrategie op de crossover tussen de fijnchemie van DSM en de medische expertise van de Universiteit Maastricht.

 

Het Nederlandse schoolvoorbeeld van succesvolle regionale samenwerking tussen overheid, ondernemers en kennisinstellingen is natuurlijk Brainport Eindhoven. Begin jaren '90, toen de economische structuur in de regio onder druk kwam door saneringen bij Philips en het faillissement van DAF, besloten de burgemeester van Eindhoven en de voorzitters van Kamer van Koophandel en de TU tot gezamenlijk overleg en actie.

 

Ruim twintig jaar later staat Eindhoven nationaal en internationaal op de kaart als toptechnologieregio. De Brabantse stad is één van de casestudies, naast onder meer Dublin en München, in een binnenkort verschijnend rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving, dat onafhankelijk onderzoek doet naar ruimte en milieu.

 

Geen vast recept

Deze casestudies laten zien dat wegen naar groei per gebied sterk kunnen verschillen, zegt Otto Raspe, hoofdauteur van het rapport. Er is niet één standaardrecept voor economische groei, al zijn alle regio's hier wel naar op zoek. Dat leidt tot vergelijkbare projecten voor campussen en creatieve broedplaatsen, living labs en hogesnelheidslijnen, start-ups en clusters, maar die zijn niet altijd gebaseerd op de karakteristieken van de lokale economie.

‘Er is niet één standaardrecept voor economische groei, al zijn alle regio's hier wel naar op zoek. Dat leidt tot vergelijkbare projecten voor campussen en creatieve broedplaatsen, living labs en hogesnelheidslijnen, start-ups en clusters.’

 

De onderzoekers analyseerden zeventig factoren die regionaal-economische groei een boost kunnen geven. Daarvan zijn er maar drie robuust: een goed opgeleide beroepsbevolking, een goed woon- en leefklimaat, en goede bereikbaarheid. Alleen in regio's waar industrie een belangrijk onderdeel van de economische structuur is, draagt ook clustering, dus concentratie en samenwerking, bij aan economische groei.

 

'Overheden kunnen dus wel degelijk het verschil maken, met investeringen in bereikbaarheid, woonmilieus, culturele voorzieningen en een goed werkende arbeidsmarkt. Daarmee creëer je de voedingsbodem voor ondernemers en bedrijven,' zegt Raspe. Maar elke regio is anders. 'De economische structuur uit het verleden bepaalt de mogelijkheden voor ontwikkeling op de langere termijn. Daarom heeft Amsterdam andere opgaven dan Eindhoven.' Ook overheden moeten daarvoor samenwerken: soms is de rijksoverheid nodig als het gaat om wetgeving of extra investeringen.

 

Een van die opgaven in de hightechregio Eindhoven is het aantrekken en opleiden van voldoende technisch personeel. Een landelijk Techniekpact is mooi, maar een regionale aanpak zoals Brainport werkt nog beter, steltEdward Voncken. HIj is ceo van het Eindhovense bedrijf KMWE en voorzitter van Brainport Industries, het in 2011 in Eindhoven opgerichte netwerk van eerste, tweede en derdelijns toeleveranciers aan hightechbedrijven. Deaansluiting van het netwerk bij het ‘merk’ Brainport was een bewuste keuze, zegt Voncken. 'De zichtbaarheid van Brainport is groot, ook in het buitenland - en dat helpt. Dit is een unieke vorm van samenwerking, met bedrijven, gemeenten, provincies en onderwijs.'

 

De iconische uitstraling van de High Tech Campus in Eindhoven inspireerde Brainport Industries tot het opzetten van een Brainport Industries Campus. 'Hier krijgt de hele productieketen een fysieke plek. Het Summa College, een ROC, vestigt hier zijn techniekopleidingen, en de bedrijven managen de praktijklokalen om leerlingen te laten kennismaken met de nieuwste technologieën.'

 

Volgens hoogleraar bestuurskunde Geert Teisman van de Erasmus Universiteit is publiek-private samenwerking bepaald niet nieuw, maar de regionale aanpak wél. 'Het besef groeit dat vraagstukken te complex zijn geworden, te dynamisch en te zeer met elkaar vervlochten om nog vanuit één perspectief te kunnen worden opgelost.'

‘Het besef groeit dat vraagstukken te complex zijn geworden, te dynamisch en te zeer met elkaar vervlochten om nog vanuit één perspectief te kunnen worden opgelost.’

 

Teisman ziet ook dat de rollen in de economic boards zich langzaam uitkristalliseren: 'Bedrijven willen samenwerken in overzichtelijke projecten, waar financiële winst zich sneller aftekent. Ze zien de overheid graag als onafhankelijke derde partij voor de overkoepelende programmatische aanpak, die een lange adem vraagt en waar de maatschappelijke winst ontstaat.'

 

Hoe lang die regionale adem moet zijn, laat - opnieuw - Brainport zien. Twintig jaar na de eerste overleggen is de economie in Eindhoven diverser geworden en heeft Brainport een sterke naam opgebouwd. Maar extra geld vanuit ‘Den Haag’ voor internationale bereikbaarheid en cultuur is nog steeds niet vanzelfsprekend. In andere regio’s met jongere boards in de regio's klinkt daarom nu al onomwonden: het is nog te vroeg om te zeggen of regionale boards overal aanslaan - maar samen de mouwen opstropen is goed voor elke regio.

 

Bron: Financieel Dagblad

naar overzicht
Delen:
FacebookTwitterLinkedInGoogle PlusEmail