Op de hoogte gehouden worden?
Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Nieuws / Arbeidsmarkt / 16 oktober 2018

We hebben betere algoritmen nodig om een goede werknemer te vinden

De krappe arbeidsmarkt is momenteel de achilleshiel van de economie. Ondanks digitalisering en robotisering zal dat voorlopig zo blijven. Want het sterkste effect van deze twee ontwikkelingen is niet zozeer dat er banen en beroepen verdwijnen, maar dat het werk verandert.

Bedrijven en instellingen hebben voldoende mensen nodig, maar het is nog belangrijker dat die mensen over de geschikte competenties beschikken. Zoals een ondernemer het zei: ‘Als ik te weinig mensen heb, kan ik de hoeveelheid werk verminderen die ik aanneem. Maar als ik een kwalitatief tekort heb, kan ik geen kant meer op.’

We praten in Nederland al heel lang over de noodzaak om de beroepsbevolking bij de les te houden. In de jaren negentig heette dat ‘employability’, vervolgens ‘duurzame inzetbaarheid’ en weer later ‘een leven lang leren’. Die laatste aanduiding is recent opnieuw aangepast en luidt nu ‘een leven lang ontwikkelen’, afgekort LLO. Maakt dit beleidsmatige potje Wordfeud nog enig verschil, of illustreert het vooral dat we te weinig voortgang boeken?

Mobiliteit tussen sectoren

Nederland doet het internationaal gezien goed, blijkt onder meer uit de recente Kamerbrief LLO van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat. Het percentage 25- tot 65-jarigen dat in de afgelopen vier weken heeft deelgenomen aan een formele, of niet-formele leeractiviteit, is bij ons hoger dan in de meeste andere landen.

Kamerbrief Leven Lang Ontwikkelen (pdf)

Maar dat zegt niet alles. Twee jaar geleden constateerde het Sociaal en Cultureel Planbureau dat het leren door werkenden niet van de grond komt en al jarenlang op hetzelfde niveau blijft hangen. Groepen die scholing hard nodig hebben — zoals flexwerkers, zzp’ers, werkzoekenden, laagopgeleiden, ouderen en mensen met een beperking — krijgen sowieso al weinig scholingsvoorzieningen aangeboden en maken daar ook nog eens weinig gebruik van. Bovendien is scholing op de arbeidsmarkt vaak sterk gefocust op de huidige baan, zodat mobiliteit over sectorgrenzen lastig is. Het kabinet, de SER, de MBO Raad, werkgeversvereniging AWVN en diverse andere organisaties dringen terecht aan op actie.

Het ontwikkelen van competenties vraagt dat mensen de richting kennen van wat nu en straks nodig is op de arbeidsmarkt. Om vraag en aanbod naar specifieke competenties beter op elkaar at te stemmen, moeten werknemers bovendien expliciet kunnen maken wat ze geleerd hebben, zodat werkgevers dit kunnen herkennen en erkennen.

Slimme, digitale technologie kan daarbij helpen. Het kan mensen helpen bewijzen waar ze sterk in zijn, of kunnen worden. Op die manier kunnen competenties en werk steeds beter op elkaar afgestemd worden. Net zoals datingsites je kunnen helpen met het vinden van een geschikte levenspartner, of zoals Netflix je precies kan vertellen welke films je nog meer leuk zal vinden. Het risico is dat het organiseren van deze arbeidsmarkt-‘intelligence’ versnipperd plaatsvindt. Ten opzichte van bijvoorbeeld België en Frankrijk loopt Nederland op dit punt al achter. Onze systematiek is te grofmazig. We kunnen nog niet goed op competenties matchen en ook niet op taken naast functies. Dat is niet handig op de moderne arbeidsmarkt die steeds meer moet inspelen op een taken- en projecteneconomie.

We kunnen leren van mislukte pogingen tot oplossingen uit het verleden, bijvoorbeeld de ervaringscertificaten voor het erkennen van verworven competenties, EVC in jargon. De Kamerbrief LLO verwijst hier meerdere keren naar, maar hoewel de grondgedachte goed is, is EVC geen gamechanger gebleken op de arbeidsmarkt. Ook het idee van hetzelfde ePortfolio voor iedereen is niet aangeslagen.

Kennisnetwerk

Intussen vindt een big data-revolutie plaats en is naast de eerder genoemde aanbevelingssystemen ook blockchain een reële belofte. De toekomst is aan open standaarden, dat wil zeggen: flexibele en toegankelijke systemen die wél met elkaar kunnen praten.

Daarnaast is er een grote toekomst voor systemen die vroegtijdig kunnen aantonen wat mensen kunnen. Dit gaat via zogenoemde micro-credentials of nano-degrees: minikwalificaties die vaardigheden, kennis en of ervaring in een vakgebied aantonen.

‘Nederland heeft behoefte aan een dynamisch kennisnetwerk, waarin arbeidsmarkt-intelligence veel sneller wordt doorontwikkeld en toegepast’

Hiermee kan op dearbeidsmarkt een gemeenschappelijke competentietaal ontstaan, waarmee vraag, aanbod en opleidingsorganisaties veel beter op elkaar afgestemd kunnen worden. Die afstemming moet nadrukkelijk internationaal plaatsvinden. De Kamerbrief verwijst helaas niet één keer naar de situatie van mensen uit het buitenland die hier komen leven en werken — tijdelijk of permanent — en andersom.

Over enkele dagen vindt in Amsterdam het World Skills Forum plaats. Daar zal worden geconstateerd dat het afstemmen van vaardigheden op het werk van de toekomst een wereldwijd vraagstuk is, en door migratiestromen ook een grensoverschrijdend vraagstuk.

Nederland heeft behoefte aan een dynamisch kennisnetwerk, waarin arbeidsmarkt-intelligence veel sneller wordt doorontwikkeld en toegepast. Het UWV moet hierin het voortouw nemen, samen met regionale en sectorale organisaties met goede arbeidsmarktinformatiesstemen, en geholpen door arbeidsmarktintermediairs, kennisinstellingen en datawetenschappers. Dat sluit aan bij het in de Kamerbrief genoemde plan om in 2019 geld ter beschikking te stellen voor de bundeling van individuele scholingsmogelijkheden in een eigen digitaal portal voor burgers.

Bron: Het Financieele Dagblad

 

Meer nieuws